Met motoriek bedoelen we alles wat je kind met handen en lijf doet. Bij fijne motoriek pakt je kind kleine dingen, draait eraan en zet ze precies neer, zoals bij bouwstenen of kralen rijgen. Grove motoriek is rennen, klimmen, gooien en fietsen. Hieronder staat speelgoed met een motoriekscore van 4 of 5, waarbij bewegen of precies werken een hoofddoel is. Wil je dat het speelgoed ook samen spelen of denken oefent, zet dan in de filters een minimum voor sociaal of cognitief.
Zo komt de score tot stand
Een AI-model kiest de score op deze vaste schaal van 0 tot 5, op basis van de productinformatie van fabrikant en winkels, in vergelijking met ander speelgoed. Een 5 krijgt speelgoed alleen als dit onderdeel het hoofddoel is.
0
Alleen kijken of luisteren, zoals bij een luisterboek.
1
Eenvoudige handelingen, zoals een knop indrukken of een kaart vasthouden.
2
Wat pakken en neerzetten, zoals met speelfiguren of een pop aankleden.
3
Bewegen hoort bij het spel: grote bouwstenen, klei, een bal of een puzzel met grote stukken.
4
Motoriek is een hoofddoel: kleine bouwstenen, knippen, kralen rijgen, gooien en vangen.
5
Motoriek is de kern: loopfiets, step, klimrek, trampoline of grijpspeelgoed voor baby's.
Prijzen bijgewerkt vandaag 04:03Alleen prijzen van de afgelopen 30 dagen
Waarom deze scores?
Wat is motoriek?
Motoriek is alles wat je kind met lijf en handen doet. Je kunt het in twee delen splitsen:
Grove motoriek gaat over grote bewegingen met romp, armen en benen: kruipen, lopen, rennen, springen, klimmen en fietsen.
Fijne motoriek gaat over kleine, precieze bewegingen met handen en vingers: grijpen, iets tussen duim en wijsvinger pakken, tekenen, knippen, knopen dichtdoen en later schrijven.
Elk product op deze pagina heeft een motoriekscore van 0 tot 5. Een 0 betekent dat je alleen kijkt of luistert, zoals bij een luisterboek. Een 5 betekent dat bewegen of precies werken de kern is, zoals bij een loopfiets, een klimrek of grijpspeelgoed voor baby's. Hierboven staat speelgoed met een 4 of een 5.
Fijne motoriek zit in handen en vingers, grove motoriek in het hele lijf. Goed speelgoed oefent allebei.
Motorische ontwikkeling per leeftijd
Wat kan een kind wanneer? De mijlpalen hieronder komen van de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC: dingen die de meeste kinderen (75 procent of meer) op die leeftijd kunnen. Voor de oudere kinderen hebben we ze aangevuld met informatie van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Het speelgoed in de laatste kolom is onze eigen suggestie. Kinderen ontwikkelen in hun eigen tempo, dus zie dit als een richting en niet als een examen.
Leeftijd
Grove motoriek
Fijne motoriek
Speelgoed dat past
0 tot 6 maanden
Houdt het hoofd op in buikligging, duwt zich op de ellebogen omhoog, rolt van buik naar rug
Houdt speelgoed vast dat je in het handje legt, slaat ernaar, brengt handen naar de mond
Babygym, rammelaars, grijpringen
6 tot 12 maanden
Zit zonder steun, trekt zich op tot staan, loopt langs meubels
Geeft iets over van hand naar hand, pakt kleine dingen tussen duim en wijsvinger
Stapelbekers, blokken, ballen, een loopwagen
1 tot 2 jaar
Loopt zelf, klimt op de bank, rent en schopt tegen een bal
Krast met krijt, eet met een lepel
Duw- en trekspeelgoed, een loopfiets, vormenstoof, dikke krijtjes
2 tot 3 jaar
Springt met twee voeten tegelijk
Draait deksels open, slaat bladzijden één voor één om, rijgt grote kralen
Rijgkralen, grote klikblokken, eerste puzzels
3 tot 4 jaar
Vangt meestal een grote bal
Tekent een cirkel na, houdt een potlood tussen vingers en duim, tekent een poppetje
Klei, een kinderschaar, bouwsets, een driewieler
4 tot 6 jaar
Huppelt op één been, stept, klimt. De meeste kinderen kunnen leren zwemmen en fietsen zonder zijwieltjes
Doet knopen dicht, schrijft de letters van de eigen naam, knipt en plakt
Wat we echt moeten doen, is kinderen weer laten spelen. Het gaat erom zittijd te vervangen door speeltijd, en ondertussen de slaap te beschermen.
Wat zegt onderzoek over motoriek en spelen?
Fijne motoriek hangt samen met schoolprestaties. Amerikaanse onderzoekers bekeken zes grote langlopende datasets. Fijne motoriek aan het begin van de kleuterklas bleek een sterke extra voorspeller van latere scores voor rekenen, lezen en natuuronderwijs (Grissmer e.a., 2010).
Vooral natekenen zegt veel. Bij 213 kinderen van 3 en 4 jaar voorspelden goede fijne motoriek, vooral het natekenen van figuren, en goede executieve functies hogere scores op schooltoetsen. Dat gold ook na correctie voor de achtergrond van het gezin (Cameron e.a., 2012).
Bouwen en rekenen gaan samen op. 102 driejarigen moesten bouwwerken van klikblokjes nabouwen. Wie dat beter kon, was ook beter in rekenen. Jongens en meisjes deden het even goed (Verdine e.a., 2014).
Wie goed beweegt, beweegt meer. Een overzicht van 21 studies vond sterk bewijs dat kinderen met goede basisbewegingen (rennen, springen, gooien, vangen) meer bewegen, een betere conditie hebben en vaker een gezond gewicht (Lubans e.a., 2010).
Avontuurlijk buitenspelen is goed. Een overzicht van 21 studies over klimmen, hoogte en snelheid vond over het geheel positieve effecten, vooral meer beweging (Brussoni e.a., 2015).
Een eerlijke kanttekening: de meeste van deze onderzoeken laten een verband zien, geen oorzaak. Kinderen die veel bouwen, zijn vaak ook goed in rekenen. Dat betekent niet automatisch dat een bouwset van je kind een rekenwonder maakt. Vaak oefenen, samen spelen en een beetje uitdaging tellen minstens zo zwaar als het speelgoed zelf.
Vier uitkomsten uit het onderzoek op deze pagina. Het gaat vooral om verbanden, niet om oorzaken.
Video: zo volgt het consultatiebureau de motoriek
Hoeveel moet een kind bewegen?
De WHO (2019) en de Nederlandse Gezondheidsraad (2017) geven duidelijke richtlijnen:
Leeftijd
Richtlijn
Jonger dan 1 jaar
Meerdere keren per dag actief spelen, vooral op de vloer. Baby's die nog niet kruipen minstens 30 minuten buikligging per dag, verspreid over de dag
1 tot 2 jaar
Minstens 180 minuten per dag bewegen, op allerlei manieren
3 tot 4 jaar
Minstens 180 minuten per dag bewegen, waarvan minstens 60 minuten stevig
4 tot 18 jaar
Elke dag minstens een uur matig intensief bewegen, en minstens drie keer per week spier- en botversterkend, zoals springen of dansen
Voor alle kinderen onder de 5 adviseert de WHO bovendien: niet langer dan een uur achter elkaar vastgezet in een kinderwagen, kinderstoel of draagzak. Volgens de Rijksoverheid beweegt bijna de helft van de Nederlandse kinderen te weinig. Speelgoed dat uitnodigt tot bewegen helpt dus echt, zeker als het buiten kan.
De richtlijnen van de WHO en de Gezondheidsraad in het kort. Meer is ook goed.
Video: zo stimuleer je de fijne motoriek thuis
Zo kies je speelgoed voor de motoriek
Fijn of grof? Bouwstenen, kralen, klei en een kinderschaar oefenen de fijne motoriek. Een loopfiets, ballen, een klimrek en een trampoline oefenen de grove motoriek. Een mix is het best.
Net iets moeilijker dan nu. Kies speelgoed dat net een stap verder gaat dan wat je kind al kan. Te makkelijk is saai, te moeilijk geeft frustratie.
Let op kleine onderdelen. Houd kleine voorwerpen buiten bereik van baby's en peuters. De leeftijd op de verpakking is ook een veiligheidsadvies.
Naar buiten. Buiten spelen geeft ruimte voor rennen, klimmen en vallen en weer opstaan. Dat is precies wat de grove motoriek nodig heeft.
Combineer met de andere scores. In de filters stel je ook een minimum in voor sociaal of cognitief. Een bouwset kan bijvoorbeeld hoog scoren op motoriek en op denken.
Vier vuistregels om speelgoed voor de motoriek te kiezen.
Veelgestelde vragen over motoriek en speelgoed
Wat is het verschil tussen fijne en grove motoriek?
Grove motoriek gaat over grote bewegingen met romp, armen en benen, zoals kruipen, lopen, rennen, springen en fietsen. Fijne motoriek gaat over kleine, precieze bewegingen met handen en vingers, zoals grijpen, tekenen, knippen, knopen en schrijven.
Wanneer moet ik me zorgen maken over de motoriek van mijn kind?
Bespreek het met het consultatiebureau of de huisarts als je kind een of meer mijlpalen voor de leeftijd niet haalt, of iets niet meer kan wat het eerst wel kon. Het consultatiebureau volgt de motoriek met het Van Wiechenschema en rond 5 of 6 jaar test de jeugdgezondheidszorg de motoriek van alle kinderen. Een paar weken later dan een leeftijdgenootje is meestal geen probleem.
Helpt speelgoed echt bij de motoriek?
Speelgoed helpt vooral omdat het uitnodigt tot oefenen. Onderzoek laat zien dat kinderen die meer bouwen en puzzelen beter scoren op ruimtelijke en rekentaken, maar dat zijn verbanden. Vaak spelen, meespelen en een beetje uitdaging zijn minstens zo belangrijk als het speelgoed zelf.
Waarom is fijne motoriek belangrijk voor school?
Fijne motoriek aan het begin van de kleuterklas voorspelde in Amerikaans onderzoek latere prestaties voor rekenen, lezen en natuuronderwijs. Ook het natekenen van figuren hing samen met schoolprestaties. Goede fijne motoriek is daarnaast nodig voor leren schrijven, tekenen en knutselen.
Hoeveel moet mijn kind per dag bewegen?
Baby's meerdere keren per dag op de vloer, met minstens 30 minuten buikligging. Kinderen van 1 tot 5 jaar minstens 180 minuten per dag, waarvan voor 3- en 4-jarigen minstens 60 minuten stevig. Kinderen van 4 tot 18 jaar elke dag minstens een uur, plus drie keer per week springen, dansen of andere spier- en botversterkende activiteiten.
Wanneer leert een kind fietsen en zwemmen?
De meeste kinderen kunnen leren zwemmen als ze 4,5 of 5 jaar zijn. Fietsen zonder zijwieltjes leren de meeste kinderen in de kleuterleeftijd. Een loopfiets of step helpt al vroeg met het evenwicht.
Is wild buitenspelen niet te gevaarlijk?
Een overzicht van 21 studies vond over het geheel positieve effecten van avontuurlijk buitenspelen, zoals klimmen en rennen, vooral omdat kinderen daardoor meer bewegen. Kies speelgoed dat bij de leeftijd past en houd een oogje in het zeil.
Hoe komt de motoriekscore van speelgoed tot stand?
Een AI-model geeft elk product een score van 0 tot 5 met een vaste schaal, op basis van de productinformatie van fabrikant en winkels. Een 5 krijgt speelgoed alleen als bewegen of precies werken de kern is. Bij elk product staat waarom het die score kreeg.
Bekijk alle bronnen
Grissmer, D., Grimm, K.J., Aiyer, S.M., Murrah, W.M. en Steele, J.S. (2010). Fine motor skills and early comprehension of the world: two new school readiness indicators. Developmental Psychology 46(5), 1008 tot 1017. doi.org/10.1037/a0020104
Cameron, C.E. e.a. (2012). Fine motor skills and executive function both contribute to kindergarten achievement. Child Development 83(4), 1229 tot 1244. doi.org/10.1111/j.1467-8624.2012.01768.x
Verdine, B.N. e.a. (2014). Deconstructing building blocks: preschoolers' spatial assembly performance relates to early mathematical skills. Child Development 85(3), 1062 tot 1076. doi.org/10.1111/cdev.12165
Lubans, D.R., Morgan, P.J., Cliff, D.P., Barnett, L.M. en Okely, A.D. (2010). Fundamental movement skills in children and adolescents: review of associated health benefits. Sports Medicine 40(12), 1019 tot 1035. doi.org/10.2165/11536850-000000000-00000
Brussoni, M. e.a. (2015). What is the relationship between risky outdoor play and health in children? A systematic review. International Journal of Environmental Research and Public Health 12(6), 6423 tot 6454. doi.org/10.3390/ijerph120606423
Yogman, M. e.a. (2018). The Power of Play: A Pediatric Role in Enhancing Development in Young Children. Pediatrics 142(3). doi.org/10.1542/peds.2018-2058
WHO (2019). Guidelines on physical activity, sedentary behaviour and sleep for children under 5 years of age. who.int