Trampoline trucjes voor beginners en gevorderden
Gewoon springen is leuk, maar met trucjes wordt een trampoline pas echt spannend. Hieronder staan 19 trucjes en 4 spelletjes, van de zit-sprong die je op de eerste middag kunt tot de salto. In de tabel zie je per truc het niveau, de leeftijd en het risico, en in de leerlijn de volgorde waarin gymleraren het aanleren. Begin altijd bij niveau 1. Salto's en overslagen leer je bij een club, omdat VeiligheidNL en kinderartsen ze in de tuin afraden.

Alle trucjes op een rij
In deze tabel zie je per truc het niveau, vanaf welke leeftijd wij hem aanraden, hoe groot de kans op een verkeerde landing is en wat je eerst moet kunnen. De leeftijden zijn ons advies, er bestaat geen officiële leeftijdsgrens per truc. We houden 6 jaar aan als ondergrens omdat de Amerikaanse kinderartsen jongere kinderen helemaal niet laten springen (AAP) en een trampolineclub als Veerkracht in Amsterdam kinderen pas vanaf 7 jaar aanneemt (Kidsproof).
| Truc | Niveau | Leeftijd | Risico | Eerst kunnen |
|---|---|---|---|---|
| 1. Zit-sprong | 1 Basis | vanaf 6 jaar | laag | STOP-sprong |
| 2. Spreidsprong | 1 Basis | vanaf 6 jaar | laag | rechte sprongen |
| 3. Knieën naar de borst | 1 Basis | vanaf 6 jaar | laag | rechte sprongen |
| 4. Snoeksprong | 1 Basis | vanaf 6 jaar | laag | spreidsprong |
| 5. Kniesprong | 1 Basis | vanaf 6 jaar | laag | zit-sprong |
| 6. Halve en hele draai | 1 Basis | vanaf 6 jaar | laag | STOP-sprong |
| 7. Sterretje in de lucht | 1 Basis | vanaf 6 jaar | laag | rechte sprongen |
| 8. Zit, draai, zit | 2 Combineren | vanaf 7 jaar | laag | zit-sprong en halve draai |
| 9. Buiklanding | 3 Landingen | vanaf 8 jaar | middel | landen op handen en knieën |
| 10. Ruglanding | 3 Landingen | vanaf 8 jaar | middel | zit-sprong, kin op de borst |
| 11. Pannenkoekenrol | 3 Landingen | vanaf 8 jaar | middel | buik- en ruglanding |
| 12. Handstand overslag voorover | 4 Over de kop | met trainer | hoog | handstand op de grond |
| 13. Handstand overslag achterover | 4 Over de kop | met trainer | hoog | brug op de grond |
| 14. Salto voorover | 4 Over de kop | met trainer | hoog | koprol, buiklanding, hoge tuck jump |
| 15. Salto achterover | 4 Over de kop | met trainer | hoog | ruglanding, hoge rechte sprong |
| 16. Sideflip | 5 Gevorderd | bij een club | hoog | salto voor- en achterover |
| 17. Cody | 5 Gevorderd | bij een club | hoog | buik- en ruglanding, salto achterover |
| 18. Kaboom | 5 Gevorderd | bij een club | hoog | ruglanding, salto achterover |
| 19. Barani | 5 Gevorderd | bij een club | hoog | salto voorover, hele draai |
Risico laag: je landt op je voeten of je billen en draait niet over de kop. Middel: je landt op je buik of rug, dus een slechte landing komt harder aan. Hoog: je gaat over de kop, en daar komen de ergste nek- en hoofdblessures vandaan.
Veilig springen: de regels per niveau
Een paar regels gelden voor elke truc. Er staat één springer op de mat, er is een volwassene in de buurt, je oefent in het midden van het doek en je springt zonder schoenen en met lege zakken. Gaat een truc pijn doen in je nek, rug of knieën, dan stop je.
Gemiddeld komen er per jaar zo'n 7.000 kinderen tot 15 jaar op de Spoedeisende Hulp na een trampolineongeluk (VeiligheidNL, cijfers 2020). In het grote onderzoek van VeiligheidNL deed 30 procent van de slachtoffers een salto of kunstje toen het misging. Bij kinderen van 10 tot 14 jaar was dat 52 procent (VeiligheidNL, 2020). Hoe ouder het kind, hoe vaker een eigen truc de oorzaak was.
| Niveau | Trucs | Regel |
|---|---|---|
| 1 Basis | Rechte sprongen, zit, knie, draaien | Maximaal vijf sprongen achter elkaar en eindigen met een STOP-sprong. Een volwassene binnen roepafstand. |
| 2 Combineren | Zit, draai, zit | Pas als je elke losse sprong vijf keer goed op het midden landt. |
| 3 Landingen | Buik, rug, pannenkoekenrol | Een volwassene kijkt mee. Eerst vanuit stilstand of een kleine sprong, nooit hoog beginnen. Je hoofd en nek raken het doek niet. |
| 4 Over de kop | Overslagen, salto voor- en achterover | Niet in de tuin. Leer het bij een trampoline- of turnclub met een trainer en een wedstrijdtrampoline. |
| 5 Gevorderd | Sideflip, cody, kaboom, barani | Alleen bij een club, nadat je trainer niveau 4 heeft goedgekeurd. |
VeiligheidNL schrijft dat voor tuintrampolines, vanuit de normen voor speelgoed, het advies is om geen kunstjes te doen en met maximaal één persoon tegelijk te springen (rapport 2020). De Amerikaanse kinderartsen zeggen het nog duidelijker: geen salto's of flips, omdat die de zwaarste nek-, hoofd- en rugblessures geven. Op een trampoline springen vinden ze alleen verantwoord met een getrainde coach en speciale apparatuur (AAP, 2024). Wij houden het zo: niveau 1 tot en met 3 kun je thuis oefenen met toezicht, salto's en overslagen horen bij een club.
Check met de tool hieronder hoe veilig er bij jullie thuis gesprongen wordt.
Meer cijfers over ongelukken en wat ertegen helpt staan in het onderzoek naar letsel op de trampoline.
Zo bouw je het op: de leerlijn
Gymleraren gebruiken op school een vaste volgorde om kinderen op een grote trampoline te leren springen. Twee docenten lichamelijke opvoeding beschreven die in LO Magazine (Waasdorp en Pansier, KVLO, 2022). Thuis kun je dezelfde stappen volgen.
- Markeer het midden van het doek met een kruisje of een stuk tape. Dat is het punt waar je overal het verst van de rand af bent.
- Leer de STOP-sprong: drie keer springen op het kruisje en dan in één keer stilstaan door door je knieën te zakken. Dat is je handrem. Spring je naast het kruisje en lukt terugspringen niet meteen, dan gebruik je hem direct.
- Spring vijf keer en eindig met de STOP-sprong. Zwaai je armen mee omhoog en stop ze voor je oren. Zwaai je verder door, dan kantel je achterover en raak je je evenwicht kwijt.
- Voeg vormen toe in de lucht: knieën naar de borst, snoek, spreid en een halve of hele draai.
- Oefen landingen op iets anders dan je voeten. Staan, zitten, staan is het makkelijkst, daarna staan, knieën, staan.
- Combineer: staan, zitten met een halve draai, staan.
- Land op handen en knieën met je neus boven het kruisje. Gaat dat goed, dan pas leer je de buiklanding.
Laat je kind elke stap vijf keer achter elkaar goed doen voordat het de volgende probeert. Zo zie je zelf of het er klaar voor is, en je kind ook.
In het artikel staat ook hoe gymleraren daarna naar de salto toewerken. Dat gebeurt in een gymzaal, onder begeleiding van een docent, met tussenstappen die je thuis niet kunt nadoen.
Makkelijke trampoline trucjes voor beginners
Deze trucjes zijn voor iedereen die net begint. Je leert er je lichaam mee onder controle houden en weer recht op je voeten landen, en die controle heb je bij alle volgende trucs nodig.
1. Zit-sprong (seat drop)
Spring een paar keer rustig, land dan zittend met je benen gestrekt naar voren en je handen naast je billen. Duw jezelf met je handen omhoog en kom weer op je voeten. Houd je rug recht: wie achterover leunt, ligt plat.
2. Spreidsprong (straddle)
Spring hoog, zet je benen in de lucht wijd uit elkaar en tik met je handen je schenen of knieën aan. Benen weer bij elkaar voordat je landt. Vooral kleine, lenige springers zijn hier snel goed in.
3. Knieën naar de borst (tuck jump)
Spring recht omhoog met je armen omhoog. Trek bovenin je knieën naar je borst, sla je armen even om je schenen en strek je weer voor de landing. Deze kun je vanaf dag één oefenen, en je hebt hem later nodig voor de salto.
4. Snoeksprong (pike)
Oefen eerst zittend: benen gestrekt naar voren, armen naar je tenen. Die vorm maak je straks in de lucht. Spring hoog, til je gestrekte benen naar voren en reik met je handen naar je tenen. Lukt dat nog niet, tik dan eerst je knieën aan.
5. Kniesprong
Land op je knieën en scheenbenen, met je rug recht en je armen omhoog voor je evenwicht. Laat de mat je weer omhoog duwen tot je op je voeten staat. Heb je gevoelige knieën, sla deze dan over of draag kniebeschermers.
6. Halve en hele draai
Spring recht omhoog en draai in de lucht een halve slag, zodat je met je gezicht naar de andere kant landt. Gaat dat goed, probeer dan een hele draai. Kijk tijdens het draaien naar een vast punt, dat helpt tegen duizeligheid.
7. Sterretje in de lucht
Spring hoog en maak bovenin een ster, met armen en benen tegelijk wijd uit elkaar. Het lijkt makkelijk, maar je moet wel op tijd terug in de rechte stand zijn voor de landing.
8. Zit, draai, zit (swivel hips)
Een combinatie: land in een zit-sprong, kom omhoog, draai in de lucht een halve slag en land weer zittend, nu met je gezicht de andere kant op. Het lijkt alsof je heupen draaien, vandaar de Engelse naam. Begin met zit, staan, halve draai, staan en laat de tussenstap pas weg als dat goed gaat.
Landingen op buik en rug
Gaan de makkelijke trucjes vanzelf? Dan kun je landingen op je buik en rug leren. Je draait nog niet over de kop, maar je komt wel harder neer dan op je billen. Laat een volwassene meekijken en begin elke truc laag.
9. Buiklanding (front drop)
Land plat op je buik, met je armen gebogen voor je gezicht, en laat de mat je weer omhoog duwen. Leer het in twee stappen: eerst landen op handen en knieën, daarna pas helemaal plat. Nooit met je hoofd naar beneden duiken.
10. Ruglanding (back drop)
Het omgekeerde van de buiklanding: je landt op je rug met je knieën opgetrokken en je kin op je borst, en veert weer omhoog naar staan. Begin vanuit zit, niet vanuit een hoge sprong. Je nek komt nooit op de mat.
11. Pannenkoekenrol
Een rol over je zij, plat als een pannenkoek. Je draait om je lengteas, dus niet over de kop. Oefen hem eerst liggend in kleine stapjes: van buik naar rug en terug. Na wat oefenen is het een van de leukste trucjes om te laten zien, al word je er wel duizelig van.
Over de kop: overslagen en salto's
Vanaf hier ga je over de kop. Dit zijn de trucs waar de video's op YouTube vol mee staan, en het zijn ook de trucs waar de ernstigste blessures bij horen. De uitleg en video's hieronder laten zien hoe de truc in elkaar zit. Leren doe je ze bij een club, met een trainer die je vasthoudt of bijstuurt.
Zowel VeiligheidNL als de Amerikaanse kinderartsen (AAP) raden kunstjes en salto's op een trampoline in de tuin af. Een trainer op een club ziet of je er klaar voor bent en kan je opvangen als het misgaat.
12. Handstand overslag voorover
Kun je een handstand op de grond? Dan is dit de volgende stap. Zet je handen op de mat, zwaai je benen over en land op je voeten. Houd je benen bij elkaar alsof ze aan elkaar geplakt zitten.
13. Handstand overslag achterover
Precies andersom: je gaat achterover, zet je handen achter je hoofd op de mat en komt via een brug weer op je voeten. Oefen eerst de brug op een zachte ondergrond.
14. Salto voorover
De bekendste trampolinetruc. De opbouw gaat via een koprol op de mat, een koprol vanuit een kleine sprong en hoog springen met je knieën naar je borst. Pas als die drie goed gaan, worden ze samen een salto. De video legt het in het Nederlands uit.
15. Salto achterover (backflip)
Ook een backflip gaat in stappen: eerst ruglandingen, dan hoog en recht springen met je armen omhoog, en pas daarna de draai, met iemand die je helpt. In de video leggen twee Nederlandse springers het uit in vijf stappen.
16. Sideflip
Een salto opzij, voor wie de salto voorover en achterover al beheerst. Je armen zetten de draai in. Je oefent hem eerst met een halve draai.
17. Cody
Een buiklanding die je meteen omzet in een achterwaartse draai naar je voeten. Alleen voor wie de buiklanding, ruglanding en salto achterover blind kan.
18. Kaboom
Een ruglanding gevolgd door een salto achterover terug naar je voeten. Pittig, en alleen voor ervaren springers met een trainer erbij.
19. Barani
Een salto voorover met een halve draai, zodat je met je gezicht naar de andere kant landt. In het turnen heet hij ook wel frontflip 180.
Salto's leren bij een trampolineclub
Trampolinespringen is in Nederland een wedstrijdsport onder de turnbond KNGU, die nu Dutch Gymnastics heet. Er wordt individueel en synchroon gesprongen; bij synchroon springen twee sporters tegelijk op twee trampolines naast elkaar (Dutch Gymnastics). Op de site van de bond vind je clubs met trampolinespringen bij jou in de buurt.
Bij Trampolinevereniging Veerkracht in Amsterdam bijvoorbeeld leren kinderen vanaf 7 jaar eerst de basissprongen, daarna buik- en rugsprongen, en pas als ze die beheersen de salto (Kidsproof). Dat is dezelfde volgorde als in de tabel bovenaan. Vraag bij een club in de buurt of je kind een proefles kan doen.
Een trampolinepark is iets anders. Daar springen veel mensen tegelijk zonder vaste trainer. Volgens VeiligheidNL gebeurden de ongelukken bij oudere kinderen relatief vaak in een trampolinepark (rapport 2020). Wil je je kind echt een salto leren, kies dan voor een les bij een club.
Spelletjes voor op de trampoline
Geen zin in oefenen? Deze spelletjes werken met één springer op de mat en de rest eromheen.
- 20. Doe-wat-ik-doe: om de beurt doe je een sprong voor, de volgende doet hem na en plakt er een eigen sprong achter. Wie een sprong vergeet, ligt eruit.
- 21. Springen op commando: iemand naast de trampoline roept een truc, zoals zit, knie of draai, en de springer doet hem meteen. Hoe sneller er geroepen wordt, hoe moeilijker.
- 22. Letters en cijfers springen: spring met je lichaam een letter of cijfer na, de anderen raden wat het is.
- 23. Hoogste sprong: wie raakt het hoogste blad van de boom aan, of de hoogste lijn op het net? Alleen op een trampoline met net.
Bij elk spel geldt een maximum aantal sprongen per beurt, bijvoorbeeld vijf, en de beurt eindigt met een STOP-sprong. Zo blijft de springer in het midden en wacht de rest niet te lang. Nog meer ideeën staan in zeven challenges voor op de trampoline.
Welke trampoline past bij trucjes?
Voor zit-, knie- en buiklandingen heb je ruimte nodig op het doek. Op een kleine kindertrampoline land je bij een zit-sprong al snel te dicht bij de rand. Let bij het kiezen op deze dingen:
- Een groot springvlak, zodat er rond het midden genoeg ruimte is. Bij een ronde trampoline is dat vanaf ongeveer 3 meter doorsnee.
- Een veiligheidsnet, of een ingegraven trampoline zodat een val eraf minder hoog is.
- Een rand die de veren en het frame helemaal bedekt.
- Een maximaal gewicht dat ook past als je kind groter wordt.
Hieronder drie trampolines met hun laagste prijs. De VirtuFit Premium is rond met een doorsnee van 366 cm en een net van 180 cm hoog. De Salta Premium Black Edition is rechthoekig, met een springvlak van 237 bij 146 cm. De BERG InGround graaf je in, zodat het springdoek bijna gelijk met het gras ligt. Hij heeft geen net en draagt tot 70 kg, dus hij past bij kinderen en niet bij volwassenen.
Hoe je een veilige trampoline kiest, lees je in de koopgids voor een veilige trampoline. Alle modellen met prijzen staan bij trampolines.
VirtuFit Premium Trampoline met Veiligheidsnet - 366 cm
Vergelijk 2 winkelsvanaf € 279,00
De VirtuFit Premium Trampoline heeft een rond springvlak van 366 cm doorsnee, ruim genoeg om flink de hoogte in te...
VirtuFit Premium Trampoline met Veiligheidsnet - 366 cm
Motorisch: 5 van 5
Een trampoline draait om springen, evenwicht houden en coördinatie, met het hele lichaam.
Motoriek is de kern: loopfiets, step, klimrek, trampoline of grijpspeelgoed voor baby's.
Cognitief: 1 van 5
Springen vraagt weinig denkwerk, hooguit zelf bedachte spelletjes.
Heel eenvoudig, zoals een knop die geluid maakt.
Salta Premium Black Edition - Trampoline met veiligheidsnet - 305 x 214 cm - Zwart
Vergelijk 2 winkelsvanaf € 699,00
De Salta Premium Black Edition zet een rechthoekige trampoline met veiligheidsnet in je tuin. Het springvlak is 237 x...
Salta Premium Black Edition - Trampoline met veiligheidsnet - 305 x 214 cm - Zwart
Motorisch: 5 van 5
Trampoline waarop springen en landen de kern van het spelen is.
Motoriek is de kern: loopfiets, step, klimrek, trampoline of grijpspeelgoed voor baby's.
Cognitief: 0 van 5
Springen op een trampoline heeft geen denkelement.
Geen denkwerk, alleen voelen of bewegen: badeend, knuffel, bal.
BERG Favorit InGround Trampoline - 270 cm
vanaf € 459,00
De BERG Favorit InGround Trampoline van 270 cm graaf je in de tuin, zodat het springdoek bijna gelijk ligt met het...
BERG Favorit InGround Trampoline - 270 cm
Motorisch: 5 van 5
Een trampoline draait helemaal om springen, landen en je evenwicht bewaren.
Motoriek is de kern: loopfiets, step, klimrek, trampoline of grijpspeelgoed voor baby's.
Cognitief: 0 van 5
Springen is vooral bewegen, er zit geen denkelement in de trampoline zelf.
Geen denkwerk, alleen voelen of bewegen: badeend, knuffel, bal.
Meer lezen
- Onderzoek naar letsel op de trampoline, met cijfers per leeftijd
- Koopgids voor een veilige trampoline
- 9 voordelen van een trampoline
- Wat Amerikaans onderzoek zegt over trampolinespringen
- Zeven challenges voor op de trampoline
- Helpt springen op de trampoline bij autisme?
- Motoriek verbeteren met speelgoed
- Buitenspeelgoed en speelgoed voor de motoriek
Veelgestelde vragen
Wat zijn makkelijke trampoline trucjes?
Begin met de zit-sprong, de spreidsprong, de knieën naar de borst, de snoeksprong en een halve draai. Die leren de meeste kinderen op één middag. Leer eerst de STOP-sprong, zodat je kind altijd stil kan staan als een sprong scheef gaat.
Vanaf welke leeftijd kan een kind trucjes doen op de trampoline?
Een officiële leeftijdsgrens per truc bestaat niet. De Amerikaanse kinderartsen vinden dat kinderen onder 6 jaar helemaal niet op een trampoline horen, en een club als Veerkracht in Amsterdam begint vanaf 7 jaar. Wij raden de basissprongen aan vanaf 6 jaar, buik- en ruglandingen vanaf ongeveer 8 jaar en salto's alleen bij een club.
Hoe leer je een salto op de trampoline?
Bij een trampoline- of turnclub, met een trainer. Daar bouw je hem op via koprollen, landingen op handen en knieën, buiklandingen en hoge sprongen met je knieën naar je borst. VeiligheidNL en de Amerikaanse kinderartsen raden salto's in de tuin af, omdat over de kop gaan de zwaarste nek- en hoofdblessures geeft.
Hoe leer je een backflip op de trampoline?
Oefen eerst ruglandingen en hoge, rechte sprongen waarbij je je armen voor je oren stopt. De draai zelf leer je met een trainer die je ondersteunt. Begin nooit alleen met een backflip.
Is trampoline springen veilig?
Gemiddeld komen zo'n 7.000 kinderen per jaar op de Spoedeisende Hulp na een trampolineongeluk. Bijna 60 procent van hen sprong samen met anderen en 30 procent deed een salto of kunstje. Met één springer tegelijk, toezicht, een net en geen salto's in de tuin haal je de grootste risico's weg. Meer daarover lees je in het onderzoek naar trampolineletsel.
Hoe lang duurt het om een truc te leren?
Dat verschilt per kind. Een goede maat is: kan je kind een truc vijf keer achter elkaar goed doen en daarna midden op het doek stoppen, dan is het klaar voor de volgende. Lukt dat niet, dan blijft het nog even bij de vorige stap.
Welke spelletjes kun je op de trampoline doen?
Doe-wat-ik-doe, springen op commando, letters springen en wie springt het hoogst. Houd één springer op de mat, geef elke beurt een maximum van een paar sprongen en laat de anderen eromheen meedoen.
Kun je met z'n tweeën trucjes doen op de trampoline?
Liever niet. Van de kinderen die op de SEH kwamen, sprong bijna 60 procent samen met anderen. Doe trucjes om de beurt, en houd een kleiner kind altijd apart van een groter kind of volwassene.


