Naar de inhoud
Blog

7 trampoline challenges: elke dag een andere uitdaging

Deze zeven challenges speel je op een tuintrampoline met één springer tegelijk, terwijl de rest telt, roept of jureert. Je vindt per challenge vanaf welke leeftijd hij werkt, hoe je scoort en een veiligheidsregel. De meeste zijn geschikt vanaf 6 jaar, en geen enkele heeft een salto nodig.

Ben je op zoek naar sprongen en kunstjes, zoals de snoeksprong of een salto? Die staan bij de trampolinetrucs voor beginners en gevorderden. Op deze pagina gaat het om spelletjes waarbij je van elkaar kunt winnen.

Getekend speelgoed met de bovenkop Trampoline en de titel Zeven challenges.

De hoofdregel: één springer, de rest doet mee vanaf de kant

Elke challenge op deze pagina speel je met één kind op de trampoline. De anderen staan ernaast: ze tellen, roepen opdrachten, houden de stopwatch vast of zijn jury. Zo kun je met vier kinderen spelen zonder dat ze op elkaar landen.

Daar is een goede reden voor. VeiligheidNL vroeg ruim 500 kinderen en jongeren die na een trampolineongeluk op de Spoedeisende Hulp kwamen hoe het gebeurde. Bijna 60 procent sprong op dat moment samen met anderen, en 30 procent deed een salto of kunstje. Voor tuintrampolines geldt het advies om met maximaal één persoon te springen en geen kunstjes te doen (VeiligheidNL, onderzoek 2018-2019). Ieder jaar komen gemiddeld zo'n 7.000 kinderen na een trampolineongeluk op de SEH, en bij de helft is het letsel ernstig (VeiligheidNL).

  • Eén kind op de mat, de rest blijft van de rand af.
  • Er kijkt altijd een volwassene mee.
  • Schoenen uit en zakken leeg.
  • Rits van het net dicht zodra de springer erin staat.
  • Geen salto's of overslagen tijdens deze spelletjes. Die horen bij de trampolinetrucs, en die oefen je rustig en apart.

In deze video laten twee Nederlandse kampioenen namens trampolinemerk BERG zien hoe je veilig springt.

Veilig trampoline springen (BERG)

Welke challenge past bij welke leeftijd?

ChallengeVanafNodigWat oefen je
1. Stopsprong6 jaarNietsRemmen op commando
2. Blijf in het midden6 jaarNietsRecht springen en landen
3. Ballon hooghouden6 jaarEen ballonKijken en tikken tijdens het springen
4. Rekensprongen6 jaarIemand die sommen roeptTellen, sommen, tafels
5. Fluistersprong7 jaarEen jury met de ogen dichtZacht en beheerst landen
6. Dobbelsteensprong8 jaarEen of twee dobbelstenenBasissprongen wisselen
7. Het gezinsrecord6 jaarEen stopwatchSamen een doel halen, om de beurt

De Amerikaanse vereniging van kinderartsen adviseert kinderen jonger dan 6 jaar helemaal niet op een trampoline te laten springen (AAP). Laat je een kleuter toch springen, kies dan een kleine kindertrampoline met net, blijf ernaast staan en houd het bij de stopsprong en het midden-spel in een simpele vorm.

Bij oudere kinderen zit het risico vooral in kunstjes. Van de 10- tot 14-jarigen in het VeiligheidNL-onderzoek was ruim de helft (52 procent) een salto of kunstje aan het doen toen het misging. Bij 5- tot 9-jarigen was dat 18 procent (VeiligheidNL). Voor tieners zijn de dobbelsteensprong en de fluistersprong daarom de beste uitdaging: moeilijk genoeg, zonder over de kop te gaan.

1. De stopsprong

Je kind springt rustig op en neer. Iemand naast de trampoline roept op een onverwacht moment "stop". De springer buigt bij de volgende landing door de knieën, vangt de vering op en staat zo snel mogelijk stil, armen omhoog, drie tellen niet bewegen.

Tel hoeveel sprongen het duurt tot je kind echt stilstaat. Na drie beurten heeft de springer met het laagste totaal gewonnen. Wordt het te makkelijk? Spring dan eerst hoger voordat het stopsein komt.

Begin met deze challenge. Een kind dat zelf kan stoppen, kan ook remmen als een sprong scheef gaat of als het richting de rand stuitert.

Veiligheidsregel

Leer de stopsprong voordat je aan de andere challenges begint. Gaat het mis bij een andere uitdaging, dan is "stop" het afgesproken woord waarop iedereen meteen stilstaat.

Freeze en switch: om de beurt springen en bevriezen (Engels)

2. Blijf in het midden

Twintig sprongen, en je mag het midden van de mat niet uit. De jury kijkt van opzij en telt elke keer dat de springer meer dan een voet naast het midden landt. Minder afwijkingen is beter. Leg niets op de mat om het midden aan te geven, want daar kun je op uitglijden. Spreek liever een punt af, zoals de naad in het doek of de lijn naar de ladder.

Voor jonge kinderen tel je tot tien. Oudere kinderen springen met de handen op de heupen of tellen hardop terug van twintig, wat de concentratie lastiger maakt.

Veiligheidsregel

Raakt de springer de rand of het net, dan stopt de beurt. Wie in het midden springt, komt niet op de veren of de rand terecht.

3. Ballon hooghouden

De springer krijgt een opgeblazen ballon en tikt hem omhoog terwijl hij springt. Hoe vaak lukt het voordat de ballon de mat raakt? Een ballon zweeft langzaam, dus het lukt ook jonge kinderen om hem te raken. Moeilijker wordt het als alleen de linkerhand mag, of als je om en om met hand en knie tikt.

De rest telt hardop mee. Gaat de ballon over het net, dan haalt iemand van buiten hem op, zodat de springer op de trampoline blijft.

Veiligheidsregel

Gebruik een ballon, geen bal: op een bal kun je landen en je enkel verzwikken. Gooi een geknapte ballon meteen weg. Kinderen jonger dan 8 jaar kunnen stikken in stukjes ballon of een ballon die niet is opgeblazen (Ouders van Nu).

4. Rekensprongen

Iemand naast de trampoline roept een som, en de springer geeft antwoord met het aantal sprongen. Drie plus vier is zeven sprongen, en daarna een stopsprong om te laten zien dat je klaar bent. Een fout antwoord kost een punt, en wie in de war raakt mag opnieuw beginnen.

In groep 3 doe je sommen tot tien. Vanaf groep 4 en 5 kun je de tafels nemen: zes keer drie is achttien sprongen, en hardop meetellen helpt. Oudere kinderen krijgen een som in twee stappen, zoals vier keer vijf min twaalf.

Veiligheidsregel

De vraagsteller staat naast de trampoline en klimt er nooit op om het antwoord voor te doen. Wie moe wordt van een lange som, stopt en gaat verder na een paar tellen rust.

Tafels oefenen op een minitrampoline (Engels)

5. De fluistersprong

De jury gaat met de rug naar de trampoline staan of doet de ogen dicht. De springer maakt tien sprongen, zo stil mogelijk. Elke keer dat de jury de veren hoort piepen of een harde bons hoort, steekt iemand een hand op. Minder handen is beter.

Zacht springen lukt alleen als je kind de landing opvangt met de knieën en niet te hoog gaat. Je kind oefent zo dezelfde controle die het later nodig heeft voor de trucs.

Veiligheidsregel

Ogen dicht doet alleen de jury, nooit de springer. Blijf kijken waar je landt.

6. De dobbelsteensprong

Bij elk getal op de dobbelsteen hoort een sprong. Gooi, en de springer doet de sprong die bij dat getal hoort. Hoe je ze doet, staat met video bij de trampolinetrucs voor beginners.

OgenSprong
1Gewone hoge sprong, armen omhoog
2Zitsprong
3Spreidsprong
4Knieën naar de borst
5Halve draai
6Stopsprong

Met twee dobbelstenen wordt het een combinatie: eerst de sprong van de ene steen, dan meteen die van de andere, zonder tussensprong. Lukt de combinatie in één keer, dan is dat een punt. Tieners kunnen er drie achter elkaar plakken.

Veiligheidsregel

Zet alleen sprongen op de dobbelsteen die iedereen al beheerst. Een salto of overslag hoort er nooit op. Dan wint wie geluk heeft met de worp en zijn sprongen onder controle houdt.

7. Het gezinsrecord

Iedereen springt om de beurt twintig seconden, en de rest telt de sprongen. Tel alle beurten bij elkaar op: dat is het gezinsrecord. Schrijf het op het whiteboard of op een briefje in de schuur en probeer het volgende week te verbeteren. Ouders tellen mee, als de trampoline hun gewicht kan hebben.

Op een verjaardag werkt het als estafette met twee teams. Elk team heeft een eigen teller, de springers wisselen elkaar af, en het team met de meeste sprongen na drie rondes wint.

Veiligheidsregel

Wisselen gaat via de rits: eerst stapt de ene springer eruit, dan pas klimt de volgende erin. Wie wacht, zit niet op de rand en hangt niet in het net.

Om de beurt: 20 seconden springen, 10 seconden rust (Engels)

Weekschema: elke dag een andere challenge

Wil je er een week lang een spel van maken? Doe elke dag een andere challenge en houd de scores bij. Tien minuten per dag is genoeg.

DagChallengeScore
MaandagStopsprongMinste sprongen tot stilstand in 3 beurten
DinsdagBlijf in het middenMinste afwijkingen in 20 sprongen
WoensdagBallon hooghoudenMeeste tikken achter elkaar
DonderdagRekensprongenMeeste goede antwoorden van 10 sommen
VrijdagFluistersprongMinste handen van de jury
ZaterdagDobbelsteensprongMeeste gelukte combinaties van 5 worpen
ZondagGezinsrecordTotaal van alle beurten

Hang het schema op de achterdeur en laat je kind zelf de scores invullen. Op zondag vergelijk je de week met de week ervoor.

Nog geen trampoline met net?

Voor deze spelletjes heb je een trampoline met veiligheidsnet nodig. Kijk bij het kopen naar het maximale gewicht: kindertrampolines kunnen vaak maar 50 kg dragen, en dan springt een ouder niet mee. De VirtuFit Kinder Trampoline heeft een springvlak van 140 cm en een net van 125 cm hoog, en kan tot 50 kg. De Salta Premium van 183 cm kan ook 50 kg hebben. De VirtuFit van 305 cm draagt volgens de winkel 150 kg en heeft een net van 180 cm. Daar kan het hele gezin op, om de beurt.

Meer over sterke frames, verankeren en de juiste plek in de tuin staat in de koopgids voor een veilige trampoline.

2-10 jaar Salta Premium - Trampoline met beschermnet Vergelijk 3 winkelsvanaf € 286,00

De Salta Premium trampoline staat op poten in de tuin en wacht geduldig tot de eerste springer erop klimt. Op het ronde...

Fitwinkel.nl Laagste prijs € 286,00 Naar Fitwinkel
bol.com Geen extra verzendkosten. € 299,00 Naar bol
Prijzen bijgewerkt vandaag 03:08Alleen prijzen van de afgelopen 30 dagen

Alle trampolines vergelijken

Meer lezen

Veelgestelde vragen over trampoline challenges

Hoeveel kinderen mogen tegelijk op de trampoline?

Eén. Voor tuintrampolines geldt het advies om met maximaal één persoon te springen. In het onderzoek van VeiligheidNL sprong bijna 60 procent van de kinderen die gewond raakten samen met anderen (VeiligheidNL). Laat de andere kinderen meedoen als teller, jury of vraagsteller.

Vanaf welke leeftijd kan een kind deze challenges doen?

De meeste vanaf 6 jaar. Amerikaanse kinderartsen raden af om kinderen jonger dan 6 jaar op een trampoline te laten springen (AAP). De dobbelsteensprong is beter vanaf een jaar of 8, als je kind de basissprongen kent.

Welke trampolinespelletjes zijn leuk op een kinderfeestje?

Het gezinsrecord als estafette met twee teams, en de rekensprongen of de dobbelsteensprong met punten per team. De wachtende kinderen hebben dan ook iets te doen: tellen, gooien of jureren.

Mag mijn kind salto's maken op de tuintrampoline?

Niet tijdens deze spelletjes. Bij 10- tot 14-jarigen die gewond raakten, was 52 procent een salto of kunstje aan het doen (VeiligheidNL). Wil je kind salto's leren, bouw ze dan stap voor stap op met de uitleg bij de trampolinetrucs, of ga naar een turn- of trampolineclub.

Kun je deze challenges ook op een minitrampoline doen?

De stopsprong, de rekensprongen en het gezinsrecord werken ook op een kleine trampoline met een handvat of op een fitnesstrampoline. Spring lager, want het springvlak is kleiner en er zit meestal geen net omheen. De ballon en de dobbelsteen met draaien kun je beter bewaren voor de grote trampoline.

Hoe houd ik het leuk voor een kind dat steeds verliest?

Laat kinderen tegen hun eigen score van gisteren spelen in plaats van tegen elkaar. Bij het gezinsrecord tel je alles bij elkaar op, dus wie minder sprongen haalt, helpt het team toch vooruit.

Checklist met vier punten: Elke dag een challenge, Of een week dezelfde, Ouders doen ook mee, Elke dag 10 minuten.
Je ziet hoe je de zeven challenges kunt gebruiken. Kies wat bij jullie past en beweeg elke dag minstens tien minuten.
Drie stappen met pijlen ertussen: 1 Rechtop staan, 2 Knieën optrekken, 3 Recht landen.
Je ziet de sprong van maandag in drie delen, van start tot landing. In de lucht pak je je knieën of enkels vast.
Getekend kind naast een tekstballon met de tip: adem uit als je je bovenlichaam optilt en adem in als je terug naar beneden gaat.
Deze tip hoort bij de buikspieroefening van zaterdag. Hou je hoofd en nek ontspannen terwijl je oefent.

Menu

Cadeau per leeftijd

Personages

Sinterklaas

Kerst

Deals en nieuw

Per budget

Meer

Mijn account